|
SELECTIES UIT DE BIJBELVERTALING VAN JOSEPH SMITH
Lucas 12:41–57
BJS, (vergelijk Lucas 12:38–48)
(Wij moeten altijd klaar zijn voor de komst van de Heer.)
41
Want, zie, Hij komt in de eerste nachtwake en Hij zal ook komen in de tweede wake en voorts zal Hij komen in de derde wake.
42
En voorwaar, Ik zeg u: Hij is reeds gekomen, zoals het van Hem geschreven is; en voorts, wanneer Hij in de tweede wake komt of in de derde wake komt, gezegend zijn die dienstknechten die Hij, wanneer Hij komt, zó doende aantreft;
43
want de Heer van die dienstknechten zal zich omgorden en hen doen neerzitten ten spijze en naar voren treden en hen bedienen.
44
En nu, voorwaar, Ik zeg u deze dingen, opdat gij dit zult weten: dat de komst van de Heer als een dief in de nacht is.
45
En zij is te vergelijken met een man die huishouder is tot wie, als hij niet waakt over zijn goederen, de dief komt op een uur waarvan hij zich niet bewust is en zijn goederen wegneemt en ze onder zijn makkers verdeelt.
46
En zij zeiden onder elkander: Als de heer des huizes geweten had in welk uur de dief zou komen, zou hij gewaakt hebben en niet hebben toegelaten dat er in zijn huis werd ingebroken en zijn goederen verloren gingen.
47
En Hij zeide tot hen: Voorwaar, Ik zeg u: Weest ook gij daarom bereid; want de Zoon des Mensen komt op een uur waarop gij niet bedacht zijt.
48
En Petrus zeide tot Hem: Heer, spreekt Gij deze gelijkenis tot ons of tot allen?
49
En de Heer zeide: Ik spreek tot hen die de Heer over zijn huishouden zal stellen om zijn kinderen te bestemder tijd hun deel van de spijze te geven.
50
En zij zeiden: Wie is dan die trouwe en verstandige dienstknecht?
51
En de Heer zeide tot hen: Het is de dienstknecht die waakt om te bestemder tijd zijn deel van de spijze weg te geven.
52
Gezegend zij de dienstknecht die de Heer, wanneer Hij komt, zó doende aantreft.
53
Waarlijk, Ik zeg u dat Hij hem zal stellen over alles wat Hij heeft.
54
Maar de slechte dienstknecht is hij die niet wakend aangetroffen wordt. En als die dienstknecht niet wakend aangetroffen wordt, zal hij bij zichzelf zeggen: Mijn Heer stelt zijn komst uit; en hij zal beginnen de dienstknechten te slaan, en de dienstmaagden, en te eten en drinken en dronken te zijn.
55
De Heer van die dienstknecht zal komen op een dag dat hij het niet verwacht en op een uur waarvan hij zich niet bewust is en zal hem neervellen en hem zijn deel toewijzen onder de ongelovigen.
56
En die dienstknecht die de wil van zijn Heer kende en geen toebereidselen heeft getroffen voor de komst van zijn Heer, noch volgens zijn wil heeft gehandeld, zal met vele striemen geslagen worden.
57
Maar hij die de wil van zijn Heer niet kende en dingen deed die striemen verdiende, zal met weinige geslagen worden. Want aan wie veel gegeven is, van hem zal veel geëist worden; en aan wie de Heer veel toevertrouwd heeft, van hem zullen de mensen het meerdere vragen.
|