|
SELECTIES UIT DE BIJBELVERTALING VAN JOSEPH SMITH
Matteüs 4:1, 5–6, 8–9
BJS, (vergelijk Matteüs 4:1, 5–6, 8–9; soortgelijke wijzigingen zijn aangebracht in Lucas 4:2, 5–11)
(Jezus werd door de Geest geleid, niet door Satan.)
1
Toen werd Jezus door de Geest naar de woestijn geleid om bij God te zijn.
5
Toen werd Jezus meegenomen naar de heilige stad en de Geest stelde Hem op de dakrand van de tempel.
6
Toen kwam de duivel tot Hem en zeide: Indien Gij de Zoon van God zijt, werp Uzelf dan naar beneden; er staat immers geschreven: Hij zal zijn engelen opdracht geven aangaande U; en in hun handen zullen zij U opvangen, opdat Gij uw voet niet te eniger tijd aan een steen stoot.
8
En voorts, Jezus was in de Geest, en deze neemt Hem mede naar een zeer hoge berg en toont Hem al de koninkrijken der wereld en hun heerlijkheid.
9
En de duivel kwam wederom tot Hem en zeide: Dit alles zal ik U geven, indien Gij U neerwerpt en Mij aanbidt.
|