Joseph Smith—Storia
GEDEELTEN UIT DE GESCHIEDENIS VAN DE PROFEET JOSEPH SMITH
68
Wij waren nog steeds bezig met het vertaalwerk, toen wij in de volgende maand (mei 1829) op zekere dag het bos ingingen om te bidden en bij de Heer navraag te doen over de adoop tot bvergeving van zonden, die wij bij het vertalen van de platen vermeld vonden. Toen wij in gebed verzonken waren en de Heer aanriepen, kwam er in een van licht een dboodschapper uit de hemel naar beneden, die ons, nadat hij ons zijn ehanden had opgelegd, fordende met de woorden:
Voetnoten
|