De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
Joseph Smith—Storia
GEDEELTEN UIT DE GESCHIEDENIS VAN DE PROFEET JOSEPH SMITH
  68 Wij waren nog steeds bezig met het vertaalwerk, toen wij in de volgende maand (mei 1829) op zekere dag het bos ingingen om te bidden en bij de Heer navraag te doen over de adoop tot bvergeving van zonden, die wij bij het vertalen van de platen vermeld vonden. Toen wij in gebed verzonken waren en de Heer aanriepen, kwam er in een cwolk van licht een dboodschapper uit de hemel naar beneden, die ons, nadat hij ons zijn ehanden had opgelegd, fordende met de woorden:

Voetnoten
68a
b
c
d
Num. 11:25.
Ether 2:4–5, 14.
  4 En het geschiedde, toen zij in het dal Nimrod waren afgedaald, dat de Heer neerdaalde en met de broeder van Jared sprak; en Hij bevond Zich in een awolk en de broeder van Jared zag Hem niet.
LV 34:7.
  7 Want zie, voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: de atijd is nabij dat Ik kom in een bwolk met macht en grote heerlijkheid.
e
Art. 5.
  5 Wij geloven dat iemand van Godswege moet worden ageroepen, door bprofetie en door chandoplegging van hen die daartoe het dgezag bezitten, om het evangelie te eprediken en de fverordeningen ervan te bedienen.
f