Joseph Smith—Storia
GEDEELTEN UIT DE GESCHIEDENIS VAN DE PROFEET JOSEPH SMITH
56
In het jaar 1823 werd het gezin van mijn vader door groot verdriet getroffen wegens de dood van mijn oudste broer, . In de maand oktober 1825 werd ik ingehuurd door een bejaarde heer, Josiah Stoal, die in Chenango County (New York) woonde. Hij had iets gehoord over een zilvermijn, die door de Spanjaarden in Harmony, Susquehanna County (Pennsylvania) in exploitatie zou zijn gebracht en was, voordat ik mij aan hem had verhuurd, aan het graven geslagen om die mijn zo mogelijk te ontdekken. Nadat ik bij hem was gaan wonen, liet hij mij samen met zijn andere werkkrachten naar de zilvermijn graven, hetgeen ik bijna een maand lang vruchteloos deed, en ten slotte gelukte het mij de bejaarde heer ertoe te bewegen het graven ernaar te staken. Hierdoor ontstond het algemeen verbreide verhaal dat ik schatgraver zou zijn geweest.
Voetnoten
|