Joseph Smith—Storia
GEDEELTEN UIT DE GESCHIEDENIS VAN DE PROFEET JOSEPH SMITH
29
Dientengevolge voelde ik mij dikwijls afgewezen wegens mijn zwakheid en onvolmaaktheden; daarom, op de avond van de voornoemde eenentwintigste september, nadat ik mij voor de nacht ter ruste had begeven, richtte ik mijn tot de almachtige God om vergeving voor al mijn zonden en dwaasheden, en tevens om een teken aan mij, opdat ik zou mogen weten wat mijn status en positie was voor zijn aangezicht, want ik had het volste vertrouwen in het verkrijgen van een goddelijke manifestatie, omdat ik er al eerder een had ontvangen.
Voetnoten
|