De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
HET BOEK JAKOB
DE BROEDER VAN NEPHI
HOOFDSTUK 7
  7 En gij hebt velen van dit volk misleid, waardoor zij de rechte weg van God verdraaien en de wet van Mozes, die de rechte weg is, aniet bewaren; en zij veranderen de wet van Mozes in de aanbidding van een wezen dat, volgens u, over vele honderden jaren zal komen. En nu, zie, ik, Sherem, zeg u dat dat godslastering is; want geen mens weet van zulke dingen; want hij kan bniets zeggen over toekomstige dingen. En op deze wijze redetwistte Sherem met mij.

Voetnoten
7a
Jakob 4:5.
  5 Zie, zij geloofden in Christus en aaanbaden de Vader in zijn naam, en ook wij aanbidden de Vader in zijn naam. En met dit doel bewaren wij de bwet van Mozes, omdat die onze ziel op Hem cricht; en daarom wordt het ons tot gerechtigheid geheiligd, evenals het Abraham in de woestijn als gehoorzaamheid aan de bevelen van God werd toegerekend toen hij zijn zoon Isaak offerde, hetgeen een zinnebeeld is van God en zijn deniggeboren Zoon.
b
Alma 30:13.
  13 O, gij die aan banden zijt gelegd door een dwaze en ijdele hoop, waarom brengt gij uzelf door zulke dwaasheden onder het juk? Waarom ziet gij uit naar een Christus? Want geen mens kan iets weten van hetgeen komen zal.