De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige
HET BOEK JAKOB
DE BROEDER VAN NEPHI
HOOFDSTUK 7
  27 En ik, Jakob, zag dat ik weldra moest afdalen in mijn graf; daarom zeide ik tot mijn zoon aEnos: Neem deze platen. En ik vertelde hem de dingen die mijn broeder Nephi mij had bbevolen, en hij beloofde gehoorzaamheid aan de bevelen. En ik houd op met schrijven op deze platen, welk schrijven weinig is geweest; en ik zeg de lezer vaarwel, in de hoop dat velen van mijn broeders mijn woorden zullen lezen. Broeders, adieu.

Voetnoten
27a
Enos 1:1.
  1 ZIE, het geschiedde dat ik, aEnos, wetende dat mijn vader een brechtvaardig man was — want hij heeft mij conderwezen in zijn taal, en tevens in de dlering en terechtwijzing des Heren — en gezegend zij de naam van mijn God daarvoor —
b
Jakob 1:1–4.
  1 WANT zie, het geschiedde dat er vijfenvijftig jaar waren verstreken vanaf het tijdstip waarop Lehi Jeruzalem had verlaten; welnu, Nephi gaf mij, aJakob, een bgebod aangaande de ckleine platen waarop deze dingen zijn gegraveerd.