HET BOEK JAKOB DE BROEDER VAN NEPHI
HOOFDSTUK 7
19
En hij zeide: Ik vrees dat ik de aonvergeeflijke zonde heb begaan, want ik heb God belogen; want ik heb de Christus verloochend en gezegd dat ik de Schriften geloofde; en die getuigen waarlijk van Hem. En omdat ik God aldus heb belogen, ben ik uitermate bevreesd dat mijn toestand zal zijn; maar ik belijd dit aan God.
Voetnoten
|