De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
HET BOEK JAKOB
DE BROEDER VAN NEPHI
HOOFDSTUK 7
  19 En hij zeide: Ik vrees dat ik de aonvergeeflijke zonde heb begaan, want ik heb God belogen; want ik heb de Christus verloochend en gezegd dat ik de Schriften geloofde; en die getuigen waarlijk van Hem. En omdat ik God aldus heb belogen, ben ik uitermate bevreesd dat mijn toestand bvreselijk zal zijn; maar ik belijd dit aan God.

Voetnoten
19a
b
Mos. 15:26.
  26 Maar zie, en avreest en siddert voor het aangezicht van God, want gij behoort te sidderen; want de Heer verlost geen van hen die tegen Hem bopstaan en in hun zonden csterven; ja, allen die vanaf het begin der wereld in hun zonden zijn omgekomen, die opzettelijk tegen God zijn opgestaan, die de geboden Gods hebben gekend, maar ze niet wilden onderhouden; ddezen zijn het die egeen deel hebben aan de eerste opstanding.