De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
HET BOEK JAKOB
DE BROEDER VAN NEPHI
HOOFDSTUK 7
  18 En hij zeide hun onomwonden dat hij was amisleid door de macht des bduivels. En hij sprak over de hel en over de eeuwigheid en over eeuwige straf.

Voetnoten
18a
Alma 30:53.
  53 Maar zie, de duivel heeft mij amisleid, want hij bverscheen aan mij in de gedaante van een engel en zeide tot mij: Ga heen en win dit volk terug, want zij zijn allen afgedwaald, een onbekende God achterna. En hij zeide tot mij: Er is cgeen God; ja, en hij leerde mij wat ik moest zeggen. En ik heb zijn woorden geleerd; en ik leerde ze omdat ze aangenaam waren voor het dzinnelijk gemoed; en ik leerde ze, ja, totdat ik veel succes had, zodat ik waarlijk geloofde dat ze waar waren; en om die reden heb ik de waarheid weerstaan, ja, totdat ik deze grote vervloeking over mijzelf heen heb gebracht.
b