HET BOEK JAKOB DE BROEDER VAN NEPHI
HOOFDSTUK 5
75
En het geschiedde, toen de heer van de wijngaard zag dat zijn vruchten goed waren en dat zijn wijngaard niet meer ziek was, dat hij zijn knechten bijeenriep en tot hen zeide: Zie, deze laatste maal hebben wij mijn wijngaard verzorgd; en gij ziet dat ik volgens mijn wil heb gehandeld; en ik heb de natuurlijke vruchten behouden, zodat zij goed zijn, zoals zij ook in het begin waren. En gij zijt ; want omdat gij ijverig met mij hebt gearbeid in mijn wijngaard en mijn geboden zijt nagekomen en mij de bnatuurlijke vruchten weer hebt gebracht, zodat mijn wijngaard niet meer ziek is en het slechte is weggeworpen, zie, daarom zult gij samen met mij vreugde hebben wegens de vruchten van mijn wijngaard.
Voetnoten
|