De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
HET BOEK JAKOB
DE BROEDER VAN NEPHI
HOOFDSTUK 4
  4 Want met dat doel hebben wij deze dingen geschreven: dat zij zullen weten dat wij van Christus awisten en vele honderden jaren voor zijn komst op zijn heerlijkheid hoopten; en niet alleen wijzelf hoopten op zijn heerlijkheid, maar ook alle heilige bprofeten die ons zijn voorgegaan.

Voetnoten
4a
b
Luc. 24:25–27.
Jakob 7:11.
  11 En ik zeide tot hem: Dan begrijpt gij ze niet, want zij getuigen waarlijk van Christus. Zie, ik zeg u dat geen der profeten heeft geschreven of ageprofeteerd zonder over deze Christus te spreken.
Mos. 13:33–35.
  33 Want zie, heeft Mozes niet tot hen geprofeteerd aangaande de komst van de Messias, en dat God zijn volk zou verlossen? Ja, en zelfs aalle profeten die vanaf het begin der wereld hebben geprofeteerd — hebben zij niet min of meer over deze dingen gesproken?
LV 20:26.
  26 niet alleen zij die geloofden nadat Hij in het amidden des tijds was gekomen, in het vlees, maar allen vanaf het begin, ja, zovelen als er zijn geweest vóórdat Hij kwam, die geloofden in de woorden van de bheilige profeten, die spraken zoals het hun werd ingegeven door de cgave van de Heilige Geest, die waarlijk van Hem dgetuigden in alle dingen, zouden het eeuwige leven hebben,