De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
HET BOEK JAKOB
DE BROEDER VAN NEPHI
HOOFDSTUK 4
  10 Daarom, broeders, tracht niet de Heer araad te geven, maar tracht raad uit zijn hand te aanvaarden. Want zie, gij weet zelf dat Hij met bwijsheid en gerechtigheid en grote barmhartigheid raad geeft over al zijn werken.

Voetnoten
10a
2 Ne. 9:28–29.
  28 O, dat geslepen aplan van de boze! O, de bzelfingenomenheid en de zwakheden en de dwaasheid der mensen! Wanneer zij cgeleerd zijn, menen zij dwijs te zijn en luisteren zij niet naar de eraad Gods, want zij schuiven die opzij in de veronderstelling het zelf wel te weten; daarom is hun wijsheid dwaasheid en hun van geen nut. En zij zullen verloren gaan.
Alma 37:12, 37.
  12 En het volstaat wellicht alleen te zeggen dat zij met een wijs doel worden bewaard, welk doel God bekend is; want Hij aberaadt Zich in wijsheid over al zijn werken, en zijn paden zijn recht, en zijn gang is béén eeuwige ronde.
LV 3:4, 13.
  4 want al ontvangt een mens vele openbaringen, en bezit hij de macht om vele machtige werken te doen, toch moet hij vallen en zich de awraak van een rechtvaardig God op de hals halen, indien hij broemt op zijn eigen kracht en de craadgevingen van God als niets acht, en de stem van zijn eigen wil en dvleselijke begeerten najaagt.
b