De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige
HET BOEK JAKOB
DE BROEDER VAN NEPHI
HOOFDSTUK 2
  35 Zie, gij hebt agrotere ongerechtigheden bedreven dan de Lamanieten, onze broeders. Gij hebt op het hart van uw teergevoelige vrouwen getrapt en het vertrouwen van uw kinderen verloren door het slechte voorbeeld dat gij hun hebt gegeven; en het snikken van hun hart stijgt op tot God tegen u. En wegens de strengheid van het woord Gods, dat op u neerkomt, zijn vele harten gestorven, met diepe wonden doorstoken.

Voetnoten
35a
Jakob 3:5–7.
  5 Zie, de Lamanieten, uw broeders, die gij haat wegens hun vuilheid en wegens de vervloeking die op hun huid is gekomen, zijn rechtvaardiger dan gij, want zij zijn het gebod des Heren, dat aan onze vader werd gegeven, niet avergeten — namelijk dat zij slechts één vrouw mochten hebben en geen bijvrouwen, en dat er geen hoererij onder hen mocht worden bedreven —