HET BOEK JAKOB DE BROEDER VAN NEPHI
HOOFDSTUK 2
35
Zie, gij hebt ongerechtigheden bedreven dan de Lamanieten, onze broeders. Gij hebt op het hart van uw teergevoelige vrouwen getrapt en het vertrouwen van uw kinderen verloren door het slechte voorbeeld dat gij hun hebt gegeven; en het snikken van hun hart stijgt op tot God tegen u. En wegens de strengheid van het woord Gods, dat op u neerkomt, zijn vele harten gestorven, met diepe wonden doorstoken.
Voetnoten
|