De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige
HET BOEK JAKOB
DE BROEDER VAN NEPHI
HOOFDSTUK 1
  19 En wij maakten ons aambt groot voor de Heer, aanvaardden de bverantwoordelijkheid en waren bereid de zonden van het volk op ons eigen hoofd te laten neerkomen als wij hun niet met alle ijver het woord Gods leerden; door dus met alle macht te arbeiden, zou hun bloed niet op onze klederen komen; anders zou hun cbloed wél op onze klederen komen en zouden wij ten laatsten dage niet vlekkeloos worden bevonden.

Voetnoten
19a
b
LV 107:99–100.
  99 Welnu, laat eenieder zijn aplicht leren kennen en het ambt waartoe hij is aangewezen, met alle bijver leren uitoefenen.
c
2 Ne. 9:44.
  44 O mijn geliefde broeders, denkt aan mijn woorden. Zie, ik leg mijn klederen af en schud ze voor u uit; ik bid de God van mijn heil mij met zijn aallesdoordringend oog te bezien; daarom zult gij ten laatsten dage, wanneer alle mensen naar hun werken zullen worden geoordeeld, weten dat de God Israëls er getuige van was dat ik uw bongerechtigheden van mijn ziel heb afgeschud, en dat ik smetteloos voor Hem sta en cvrij ben van uw bloed.