De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
HET BOEK JAKOB
DE BROEDER VAN NEPHI
HOOFDSTUK 1
  14 Maar ik, Jakob, zal hen voortaan niet door die namen onderscheiden, maar hen die trachten het volk van Nephi te vernietigen, zal ik Lamanieten anoemen, en hen die Nephi welgezind zijn, zal ik bNephieten of het cvolk van Nephi noemen, volgens de regering der koningen.

Voetnoten
14a
Mos. 25:12.
  12 En het geschiedde dat zij die de kinderen waren van Amulon en zijn broeders, die de dochters der Lamanieten tot vrouw hadden genomen, misnoegd waren over het gedrag van hun vaders, en zij wilden niet langer met de naam van hun vaders worden aangeduid, daarom namen zij de naam Nephi aan, zodat zij de kinderen van Nephi zouden heten en worden gerekend onder hen die Nephieten werden genoemd.
Alma 2:11.
  11 Nu werd het volk van Amlici door de naam van Amlici onderscheiden en aAmlicieten genoemd; en de rest werd bNephieten genoemd, ofwel het volk van God.
b
2 Ne. 4:11.
  11 En toen hij zijn woorden tot hen had beëindigd, sprak hij tot Sam, zeggende: Gezegend zijt gij, en uw nageslacht; want gij zult het land erfelijk bezitten, zoals uw broeder Nephi. En uw nageslacht zal worden gerekend onder zijn nageslacht; en gij zult zoals uw broeder zijn, en uw nageslacht zoals zijn nageslacht; en gij zult in al uw dagen gezegend zijn.
c
2 Ne. 5:9.
  9 En allen die bij mij waren, besloten zich het avolk van Nephi te noemen.