De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
HET BOEK JAKOB
DE BROEDER VAN NEPHI
HOOFDSTUK 1
  13 De mensen nu die geen aLamanieten waren, waren bNephieten; niettemin werden zij Nephieten, Jakobieten, Jozefieten, cZoramieten, Lamanieten, Lemuëlieten en Ismaëlieten genoemd.

Voetnoten
13a
Enos 1:13.
  13 En nu, zie, dit was het verlangen dat ik van Hem verlangde: dat als mijn volk, de Nephieten, tot overtreding verviel en op enigerlei wijze werd avernietigd, en de Lamanieten niet werden vernietigd, dat de Here God een kroniek van mijn volk, de Nephieten, zou bbewaren, zo nodig zelfs door de kracht van zijn heilige arm, opdat deze te eniger tijd in de toekomst voor de Lamanieten ctevoorschijn zou worden gebracht, zodat zij misschien tot het dheil zouden worden gebracht —
LV 3:18.
  18 en dat agetuigenis zal ter kennis komen van de bLamanieten en de Lemuëlieten en de Ismaëlieten, die in ongeloof zijn cverkommerd wegens de ongerechtigheid van hun vaderen, van wie de Heer geduld heeft dat zij hun broeders, de Nephieten, dvernietigden wegens hun ongerechtigheden en hun gruwelen.
b
c
1 Ne. 4:35.
  35 En het geschiedde dat aZoram moed vatte dankzij de woorden die ik had gesproken. Zoram nu was de naam van de dienstknecht; en hij beloofde in de wildernis af te dalen naar onze vader. Ja, en hij bezwoer ons ook vanaf die tijd bij ons te blijven.
4 Ne. 1:36–37.
  36 En het geschiedde dat er in dat jaar een volk opstond dat de Nephieten werd genoemd, en zij geloofden waarlijk in Christus; en onder hen waren zij die door de Lamanieten Jakobieten en Jozefieten en Zoramieten werden genoemd;