De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
HET BOEK HELAMAN
HOOFDSTUK 6
  26 Nu zie, die ageheime eden en verbonden waren niet tot Gadianton gekomen uit de kronieken die aan Helaman waren overgedragen; maar zie, zij waren Gadianton in het hart gegeven door bdatzelfde wezen dat onze eerste ouders ertoe verlokte om van de verboden vrucht te nemen —

Voetnoten
26a
Moz. 5:29, 49–52.
  29 En Satan zeide tot Kaïn: Zweer mij bij uw keel, en indien gij het bekendmaakt, zult gij sterven; en laat uw broeders zweren bij hun hoofd en bij de levende God, dat zij het niet bekend zullen maken, want indien zij het bekendmaken, zullen zij zeker sterven; en dit opdat uw vader het niet zal weten; en heden zal ik uw broeder Abel in uw handen geven.
b
3 Ne. 6:28.
  28 En zij gingen een averbond met elkaar aan, ja, met name dat verbond dat was gegeven door de ouden, welk verbond door de bduivel was gegeven en toegediend, om tegen alle gerechtigheid samen te spannen.
Moz. 4:6–12.
  6 En Satan legde het in het hart van de slang (want hij had velen achter zich aan getrokken) en hij trachtte ook aEva te misleiden, want hij kende de zin van God niet, om welke reden hij trachtte de wereld te vernietigen.