De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
HET BOEK HELAMAN
HOOFDSTUK 5
  12 En nu, mijn zonen, bedenkt, bedenkt, het is op de arots van onze Verlosser, die Christus is, de Zoon Gods, dat gij uw bfundament moet bouwen; zodat, wanneer de duivel zijn krachtige winden zendt, ja, zijn pijlen in de wervelwind, ja, wanneer al zijn hagel en zijn hevige cstorm u zullen striemen, die geen macht over u zullen hebben om u neer te sleuren in de afgrond van ellende en eindeloos wee, wegens de rots waarop gij zijt gebouwd, die een vast fundament is; en als de mensen op dat fundament bouwen, kunnen zij niet vallen.

Voetnoten
12a
Matt. 7:24–27.
LV 6:34.
  34 Vrees dus niet, kleine kudde; doe het goede; laten aarde en hel tegen u samenspannen, want indien gij zijt gebouwd op mijn arots, vermogen zij niets.
Moz. 7:53.
  53 en de Heer zeide: Gezegend is hij door wiens zaad de Messias komen zal; want Hij zegt: Ik ben de aMessias, de bKoning van Zion, de cRots van de hemel, die zo uitgestrekt is als de eeuwigheid; wie ook door de poort binnenkomt en door Mij dopklimt, zal nimmer vallen; welnu, gezegend zijn zij van wie Ik heb gesproken, want zij zullen komen met egezangen van eeuwigdurende vreugde.
b
Jes. 28:16.
Jakob 4:16.
  16 Maar zie, volgens de Schriften zal deze asteen de grote en de laatste en de enige vaste bfundering worden, waarop de Joden kunnen bouwen.
c
3 Ne. 14:25, 27.
  25 en de aregen viel, en de watervloeden kwamen, en de winden waaiden en sloegen tegen dat huis; en het bviel niet in, want het was gegrondvest op een rots.