De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
HET BOEK HELAMAN
HOOFDSTUK 3
  8 En het geschiedde dat zij talrijk werden en zich verspreidden; en zij gingen uit van het zuidelijke land naar het noordelijke land, en zij verspreidden zich, zodat zij het oppervlak der gehele aarde begonnen te bedekken, van de zee in het zuiden naar de zee in het noorden, van de zee in het awesten naar de zee in het oosten.

Voetnoten
8a
Alma 22:27, 32.
  27 En het geschiedde dat de koning een abevel door het gehele land liet uitgaan, onder zijn gehele volk dat zich in zijn gehele land bevond, dat zich bevond in alle gewesten, in het land dat aan de zee grensde in het oosten en in het westen, en dat van het land bZarahemla werd gescheiden door een smalle strook wildernis die van de oostelijke zee helemaal naar de westelijke zee liep, en rondom in de kuststreken en in de grensstreek van de wildernis die in het noorden bij het land Zarahemla lag, in de grensstreek van Manti, bij de oorsprong van de Sidon die van oost naar west stroomde — en aldus waren de Lamanieten en de Nephieten van elkaar gescheiden.