De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige
HET BOEK HELAMAN
HOOFDSTUK 14
  31 Hij heeft het u gegeven goed van kwaad te kunnen aonderscheiden, en Hij heeft het u gegeven het leven of de dood te kunnen bkiezen; en gij kunt het goede doen en tot het goede worden chersteld, ofwel hetgeen goed is aan u hersteld krijgen; of gij kunt het kwade doen en hetgeen kwaad is aan u hersteld krijgen.

Voetnoten
31a
Mro. 7:16.
  16 Want zie, de aGeest van Christus wordt aan ieder mens gegeven, opdat hij goed van kwaad zal kunnen bonderscheiden; welnu, ik toon u de wijze van oordelen; want alles wat uitnodigt om goed te doen en overreedt om in Christus te geloven, wordt door de macht en gave van Christus uitgezonden; daarom kunt gij met volmaakte kennis weten dat het van God is.
b
2 Ne. 2:28–29.
  28 En nu, mijn zonen, wil ik dat gij vertrouwt op de grote aMiddelaar en luistert naar zijn grote geboden; en getrouw zijt aan zijn woorden en het eeuwige leven kiest, naar de wil van zijn Heilige Geest;
Alma 3:26–27.
  26 En in één jaar werden er duizenden en tienduizenden zielen naar de eeuwige wereld gezonden om hun abeloning te oogsten naar hun werken, hetzij die goed, hetzij die kwaad waren, om eeuwig geluk of eeuwige ellende te oogsten volgens de geest die zij hadden beliefd te gehoorzamen, hetzij een goede geest hetzij een kwade.
c
Alma 41:3–5.
  3 En het is noodzakelijk volgens de agerechtigheid Gods dat de mensen naar hun bwerken worden cgeoordeeld; en dat zij ook — indien hun werken in dit leven goed zijn geweest, en de verlangens van hun hart goed zijn geweest — ten laatsten dage worden dhersteld tot hetgeen goed is.