De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
HET BOEK HELAMAN
Dit beslaat de hoofdstukken 13 tot en met 15.
HOOFDSTUK 13
  33 O, ahad ik mij maar bekeerd, en had ik de profeten maar niet gedood en bgestenigd en uitgeworpen. Ja, te dien dage zult gij zeggen: O, hadden wij maar aan de Heer, onze God, gedacht in de tijd dat Hij ons onze rijkdommen gaf, dan zouden ze niet glibberig zijn geworden, zodat wij ze hebben verloren; want zie, onze rijkdommen zijn ons ontglipt.

Voetnoten
33a
Mrm. 2:10–15.
  10 En het geschiedde dat de Nephieten zich van hun ongerechtigheid begonnen te bekeren en het begonnen uit te schreeuwen, zoals door de profeet Samuël was geprofeteerd; want zie, niemand kon behouden wat van hem was, wegens de dieven en de rovers en de moordenaars en de toverkunsten en de hekserij die in het land waren.
b
Matt. 23:37.