De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
HET BOEK HELAMAN
Dit beslaat de hoofdstukken 13 tot en met 15.
HOOFDSTUK 13
  18 En het zal geschieden, zegt de Heer der heerscharen, ja, onze grote en ware God, dat wie schatten in de aarde averbergt, ze niet meer zal terugvinden wegens de grote vervloeking op het land, tenzij hij een rechtvaardig man is en hij ze in de hoede des Heren verbergt.

Voetnoten
18a
Mrm. 1:18.
  18 En die rovers van Gadianton, die zich onder de Lamanieten bevonden, maakten het land onveilig, zodat de inwoners ervan hun aschatten begonnen te verbergen in de aarde; en ze werden glibberig omdat de Heer het land had vervloekt, zodat zij ze niet konden vasthouden, noch wederom behouden.
Ether 14:1.
  1 En nu begon er wegens de ongerechtigheid van het volk over het gehele land een grote avervloeking te komen, die inhield dat wanneer iemand zijn gereedschap of zijn zwaard op zijn plank legde, of op de plaats waar hij het wilde bewaren, zie, hij het de volgende ochtend niet kon vinden, zo groot was de vervloeking op het land.