De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
HET BOEK HELAMAN
HOOFDSTUK 12
  18 En zie, als iemand een schat in de aarde averbergt, en de Heer zegt: Laat die bvervloekt zijn wegens de ongerechtigheid van degene die hem verborgen heeft, zie, dan zal hij vervloekt zijn.

Voetnoten
18a
Mrm. 1:18.
  18 En die rovers van Gadianton, die zich onder de Lamanieten bevonden, maakten het land onveilig, zodat de inwoners ervan hun aschatten begonnen te verbergen in de aarde; en ze werden glibberig omdat de Heer het land had vervloekt, zodat zij ze niet konden vasthouden, noch wederom behouden.
Ether 14:1.
  1 En nu begon er wegens de ongerechtigheid van het volk over het gehele land een grote avervloeking te komen, die inhield dat wanneer iemand zijn gereedschap of zijn zwaard op zijn plank legde, of op de plaats waar hij het wilde bewaren, zie, hij het de volgende ochtend niet kon vinden, zo groot was de vervloeking op het land.
b
Hel. 13:17.
  17 En zie, er zal een avervloeking over het land komen, zegt de Heer der heerscharen, wegens het volk dat zich in het land bevindt, ja, wegens hun goddeloosheid en hun gruwelen.