De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
HET BOEK HELAMAN
HOOFDSTUK 11
  8 En het volk begon zijn opperrechters en zijn leiders te smeken tot Nephi te zeggen: Zie, wij weten dat gij een man Gods zijt; roep daarom de Heer, onze God, aan, dat Hij deze hongersnood van ons afwendt, opdat alle awoorden die gij over onze vernietiging hebt gesproken, niet worden vervuld.

Voetnoten
8a
Hel. 10:11–14.
  11 En nu zie, Ik gebied u heen te gaan en dit volk te verkondigen dat de Here God, die de Almachtige is, aldus spreekt: Tenzij gij u bekeert, zult gij worden geslagen, tot avernietiging toe.