De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
ONDERWERPEN OP ALFABET
Hoogmoed
Een gebrek aan of afwezigheid van nederigheid of onderwijsbaarheid. Hoogmoed voert ertoe dat de mensen zich tegen elkaar en tegen God kanten. Een hoogmoedig mens voelt zich verheven boven de mensen om hem heen en volgt niet Gods wil, maar zijn eigen wil. Eigenwaan, afgunst, hardvochtigheid en hooghartigheid typeren een hoogmoedig mens.
Neem u ervoor in acht de Heer niet te vergeten, opdat uw hart zich niet verheffe, Deut. 8:11–14. Hoogmoed en trots haat Ik, Spr. 8:13 (Spr. 6:16–17). Hoogmoed komt voor de val, Spr. 16:18. De dag van de Heer zal zijn tegen al wat hoogmoedig is, Jes. 2:11–12 (2 Ne. 12:11–12). De overmoed van uw hart heeft u misleid, Ob. 1:3. Alle overmoedigen zullen zijn als stoppels, Mal. 4:1 (1 Ne. 22:15; 3 Ne. 25:1; LV 29:9). Al wie zichzelf zal verhogen, zal vernederd worden, Matt. 23:12 (LV 101:42). God wederstaat de hoogmoedigen, 1 Pet. 5:5. Het grote en ruime gebouw was de hoogmoed van de wereld, 1 Ne. 11:36 (1 Ne. 12:18). Wanneer zij geleerd zijn, menen zij wijs te zijn, 2 Ne. 9:28–29. Gij zijt verheven in de hoogmoed van uw hart, Jakob 2:13, 16 (Alma 4:8–12). Zijt gij van hoogmoed ontdaan? Alma 5:28. Buitengewoon grote hoogmoed was het hart van het volk binnengedrongen, Hel. 3:33–36. Hoe vlug zijn de mensenkinderen om zich in hoogmoed te verheffen, Hel. 12:4–5. De hoogmoed van dit volk is gebleken hun ondergang te zijn, Mro. 8:27. Hoedt u voor hoogmoed, opdat gij niet wordt zoals de Nephieten vanouds, LV 38:39. Houdt op met al uw hoogmoed en lichtzinnigheid, LV 88:121.