Neem u ervoor in acht de Heer niet te vergeten, opdat uw hart zich niet verheffe,
Deut. 8:11–14. Hoogmoed en trots haat Ik,
Spr. 8:13 (Spr. 6:16–17). Hoogmoed komt voor de val,
Spr. 16:18. De dag van de Heer zal zijn tegen al wat hoogmoedig is,
Jes. 2:11–12 (
2 Ne. 12:11–12). De overmoed van uw hart heeft u misleid,
Ob. 1:3. Alle overmoedigen zullen zijn als stoppels,
Mal. 4:1 (
1 Ne. 22:15;
3 Ne. 25:1;
LV 29:9). Al wie zichzelf zal verhogen, zal vernederd worden,
Matt. 23:12 (
LV 101:42). God wederstaat de hoogmoedigen,
1 Pet. 5:5. Het grote en ruime gebouw was de hoogmoed van de wereld,
1 Ne. 11:36 (
1 Ne. 12:18). Wanneer zij geleerd zijn, menen zij wijs te zijn,
2 Ne. 9:28–29. Gij zijt verheven in de hoogmoed van uw hart,
Jakob 2:13, 16 (
Alma 4:8–12). Zijt gij van hoogmoed ontdaan?
Alma 5:28. Buitengewoon grote hoogmoed was het hart van het volk binnengedrongen,
Hel. 3:33–36. Hoe vlug zijn de mensenkinderen om zich in hoogmoed te verheffen,
Hel. 12:4–5. De hoogmoed van dit volk is gebleken hun ondergang te zijn,
Mro. 8:27. Hoedt u voor hoogmoed, opdat gij niet wordt zoals de Nephieten vanouds,
LV 38:39. Houdt op met al uw hoogmoed en lichtzinnigheid,
LV 88:121.