De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
ONDERWERPEN OP ALFABET
Heilige
Een trouw lid van de kerk van Jezus Christus.
Saulus had de heiligen te Jeruzalem veel kwaad aangedaan, Hand. 9:1–21. Petrus kwam ook bij de heiligen die in Lydda woonden, Hand. 9:32. Genade en vrede zij de geroepen heiligen die te Rome wonen, Rom. 1:7. Gij zijt medeburgers der heiligen, Ef. 2:19–21. Ik zag de kerk van het Lam, die uit de heiligen van God bestond, 1 Ne. 14:12. De natuurlijke mens is een vijand van God, tenzij hij een heilige wordt door de verzoening van Christus, Mos. 3:19. Ik heb het land gezegend ten nutte van mijn heiligen, LV 61:17. Satan voert oorlog tegen de heiligen van God, LV 76:28–29. Werk ijverig om de heiligen voor te bereiden op het oordeel dat komen zal, LV 88:84–85. De heiligen behoren van hun bezit te geven aan de armen en noodlijdenden, LV 105:3. Ik heb u de bovenstaande ambten gegeven voor het werk van de bediening en voor de vervolmaking van mijn heiligen, LV 124:143 (Ef. 4:12).