God geeft de mens vele zegeningen en gaven.
Er zijn vele geestelijke gaven,
1 Kor. 12:4–10. Streef naar de hoogste gaven,
1 Kor. 12:31. Elk volmaakt geschenk komt van God,
Jak. 1:17. De macht van de Heilige Geest is de gave Gods,
1 Ne. 10:17. Wie zeggen dat er geen gaven zijn, kennen het evangelie van Christus niet,
Mrm. 9:7–8. Iedere goede gave komt van Christus,
Mro. 10:8–18. Het eeuwige leven is de grootste van alle gaven van God,
LV 14:7 (
1 Ne. 15:36). Gaven worden gegeven aan hen die de Heer liefhebben,
LV 46:8–11. Allen krijgen niet iedere gave geschonken,
LV 46:11–29.