|
ONDERWERPEN OP ALFABET
God, Godheid
De Godheid bestaat uit drie verschillende Personen: God, de Eeuwige Vader; zijn Zoon, Jezus Christus; en de Heilige Geest. Wij geloven in alle drie ( Art. 1:1). Uit hedendaagse openbaring leren wij dat de Vader en de Zoon ieder een tastbaar lichaam van vlees en beenderen bezitten en dat de Heilige Geest een Persoon van geest is, zonder vlees en beenderen ( LV 130:22–23). Deze drie Personen vormen een volmaakte eenheid en harmonie in doel en leer (Joh. 17:21–23; 2 Ne. 31:21; 3 Ne. 11:27, 36).
God de Vader: De titel God wordt gewoonlijk gebruikt ter aanduiding van de Vader, ofwel Elohim. Hij wordt de Vader genoemd omdat Hij de vader van onze geest is (Mal. 2:10; Num. 16:22; 27:16; Matt. 6:9; Ef. 4:6; Hebr. 12:9). God de Vader is de opperheerser van het heelal. Hij is almachtig (Gen. 18:14; Alma 26:35; LV 19:1–3), alwetend (Matt. 6:8; 2 Ne. 2:24) en alomtegenwoordig door zijn Geest (Ps. 139:7–12; LV 88:7–13, 41). De mensheid heeft een bijzondere relatie met God waardoor de mens anders is dan al het andere wat geschapen is: de mensen zijn Gods geestkinderen (Ps. 82:6; 1 Joh. 3:1–3; LV 20:17–18).
Er zijn slechts weinig gelegenheden opgetekend waarbij God de Vader aan de mens verschijnt of tot hem spreekt. De Schriften vermelden dat Hij tot Adam en Eva heeft gesproken ( Moz. 4:14–31) en dat Hij bij verschillende gelegenheden Jezus Christus heeft geïntroduceerd (Matt. 3:17; 17:5; Joh. 12:28–29; 3 Ne. 11:3–7). Hij is verschenen aan Stefanus (Hand. 7:55–56) en aan Joseph Smith ( GJS 1:17). Later is Hij aan Joseph Smith en Sidney Rigdon verschenen ( LV 76:20, 23). Aan hen die God liefhebben en zich voor Hem reinigen, vergunt God soms het voorrecht om Hem te zien en voor zichzelf te weten dat Hij God is (Matt. 5:8; 3 Ne. 12:8; LV 76:116–118; 93:1).
Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten? Marc. 15:34. Deze mannen zijn dienstknechten van de allerhoogste God, Hand. 16:17. Want wij zijn ook van zijn geslacht, Hand. 17:28–29. U moet uw offeranden offeren aan de Allerhoogste, LV 59:10–12. Henoch zag de geesten die God had geschapen, Moz. 6:36. Mens der Heiligheid is zijn naam, Moz. 6:57.
God de Zoon: De God die wij kennen als Jehova is de Zoon, Jezus Christus (Jes. 12:2; 43:11; 49:26; 1 Kor. 10:1–4; 1 Tim. 1:1; Op. 1:8; 2 Ne. 22:2). Jezus werkt onder leiding van de Vader en is in volledige harmonie met Hem. Alle mensen zijn zijn broeders en zusters, want Hij is de oudste van de geestkinderen van Elohim. In de Schriften wordt Hij ook met het woord God aangeduid. Er staat, bijvoorbeeld, dat ‘God de hemel en de aarde schiep’ (Gen. 1:1), maar in feite is Jezus de Schepper op aanwijzing van God de Vader (Joh. 1:1–3, 10, 14; Hebr. 1:1–2).
De Heer duidt Zichzelf aan als IK BEN, Ex. 3:13–16. Ik ben de Heer (Jehova) en buiten Mij is er geen Verlosser, Jes. 43:11 (Jes. 45:23). Ik ben het licht der wereld, Joh. 8:12. Eer Abraham was, ben Ik, Joh. 8:58. De Heer zal in een tabernakel van leem onder de mensen uitgaan, Mos. 3:5–10. Abinadi zet uiteen hoe Christus zowel de Vader als de Zoon is, Mos. 15:1–4 ( Ether 3:14). De Heer verschijnt aan de broeder van Jared, Ether 3. Luister naar de woorden van Christus, uw Heer en uw God, Mro. 8:8. Jehova is de rechter van de levenden en de doden, Mro. 10:34. Jezus verschijnt aan Joseph Smith en Sidney Rigdon, LV 76:20, 23. De Heer Jehova verschijnt in de Kirtlandtempel, LV 110:1–4. Jehova spreekt tot Abraham, Abr. 1:16–19. Jezus verschijnt aan Joseph Smith, GJS 1:17.
God de Heilige Geest: De Heilige Geest is eveneens een God en wordt onder meer de Geest en de Geest Gods genoemd. Met behulp van de Heilige Geest is de mens in staat de wil van God de Vader te leren kennen en te weten dat Jezus de Christus is (1 Kor. 12:3).
De Heilige Geest zal u leren wat gij zeggen moet, Luc. 12:12. De Heilige Geest is de Trooster, Joh. 14:26 (Joh. 16:7–15). Jezus gaf de apostelen bevelen door de Heilige Geest, Hand. 1:2. De Heilige Geest getuigt van God en Christus, Hand. 5:29–32 (1 Kor. 12:3). Ook de Heilige Geest geeft ons getuigenis, Hebr. 10:10–17. Door de macht van de Heilige Geest kunt gij de waarheid van alle dingen kennen, Mro. 10:5. De Heilige Geest is de Geest van openbaring, LV 8:2–3 ( LV 68:4).
|