De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
ONDERWERPEN OP ALFABET
Gezin
In schriftuurlijke zin bestaat een gezin uit man en vrouw, kinderen, en soms andere verwanten die onder hetzelfde dak wonen of onder hetzelfde gezinshoofd vallen. Een gezin kan ook bestaan uit een alleenstaande ouder met kinderen, een echtpaar zonder kinderen, of zelfs een ongehuwde man of vrouw die alleen woont.
Algemeen: En met u zullen alle geslachten des aardbodems gezegend worden, Gen. 12:3 (Gen. 28:14; Abr. 2:11). Ik zal voor alle geslachten van Israël tot een God zijn, Jer. 31:1. Alle geslacht in de hemelen en op de aarde wordt genoemd naar de Vader, Ef. 3:14–15. Adam en Eva hebben het geslacht der gehele aarde voortgebracht, 2 Ne. 2:20. Uw heerlijkheid zal zijn een voortzetting van nakomelingschap voor eeuwig, LV 132:19. Ik zal hem kronen van eeuwige levens geven in de eeuwige werelden, LV 132:55. De verzegeling van de kinderen aan hun ouders is een onderdeel van het grote werk van de volheid der tijden, LV 138:48. Man en vrouw schiep Ik hen en zeide tot hen: Weest vruchtbaar en vermenigvuldigt u, Moz. 2:27–28. Het is niet goed dat de mens alleen is, Moz. 3:18. Adam en Eva arbeidden samen, Moz. 5:1.
Plichten van de ouders: Abraham zal zijn kinderen gebieden en zij zullen de weg des Heren bewaren, Gen. 18:17–19. Gij zult uw kinderen het woord van de Heer inprenten, Deut. 6:7 (Deut. 11:19). Wie zijn zoon liefheeft, tuchtigt hem, Spr. 13:24 (Spr. 23:13). Oefen de knaap volgens de eis van zijn weg, Spr. 22:6. Geniet het leven met de vrouw die gij liefhebt, Pred. 9:9. Al uw zonen zullen leerlingen des Heren zijn, Jes. 54:13 (3 Ne. 22:13). Voed hen op in de tucht en terechtwijzing des Heren, Ef. 6:1–4 (Enos 1:1). Wie niet voor het eigen gezin zorgt, heeft het geloof verloochend, 1 Tim. 5:8. Met alle liefde van een tedere ouder spoorde hij hen aan, 1 Ne. 8:37. Wij spreken over Christus om onze kinderen te laten weten op welke Bron zij mogen hopen, 2 Ne. 25:26. En de man en de vrouw hebben hun kinderen lief, Jakob 3:7. Leer hun elkaar lief te hebben en elkaar te dienen, Mos. 4:14–15. Gij zult uw gezin tot bloedvergieten toe verdedigen, Alma 43:47. Bid in uw gezin dat vrouw en kind gezegend worden, 3 Ne. 18:21. Ouders moeten hun kinderen onderwijzen in het evangelie, LV 68:25. Iedere man heeft de plicht voor zijn eigen gezin te zorgen, LV 75:28. Ieder kind heeft aanspraak op zijn ouders, LV 83:2, 4. Breng uw kinderen groot in licht en waarheid, LV 93:40. Breng uw eigen gezin in orde, LV 93:43–44, 50. Priesterschapsdragers mogen anderen alleen beïnvloeden met ongeveinsde liefde, LV 121:41. Adam en Eva maakten hun kinderen alle dingen bekend, Moz. 5:12.
Plichten van de kinderen: Eer uw vader en uw moeder, Ex. 20:12. Hoor, mijn zoon, de tucht van uw vader, Spr. 1:8 (Spr. 13:1; 23:22). Jezus was zijn ouders onderdanig, Luc. 2:51. Jezus deed de wil van zijn Vader, Joh. 6:38 (3 Ne. 27:13). Wees uw ouders gehoorzaam in de Heer, Ef. 6:1 (Kol. 3:20). Als de kinderen zich bekeren, zal de gramschap van de Heer worden afgewend, LV 98:45–48. Eva’s getrouwe dochters vereerden de ware en levende God, LV 138:38–39.
Het eeuwige gezin: In de Leer en Verbonden wordt de eeuwige aard van het huwelijk en het gezin uiteengezet. Het celestiale huwelijk en de voortzetting van het gezin zullen man en vrouw in staat stellen om goden te worden (LV 132:15–20).