Ik weet: mijn Losser leeft,
Job 19:25–26. Schaam u niet voor het getuigenis van onze Heer,
2 Tim. 1:8. Het getuigenis van Jezus is de geest van profetie,
Op. 19:10. Treed te allen tijde op als getuige van God,
Mos. 18:9. Er was geen andere manier om de mensen terug te winnen dan door hen onder druk te zetten met een onvervalst getuigenis tegen hen,
Alma 4:19–20. Ik heb alle dingen als getuigenis dat deze dingen waar zijn,
Alma 30:41–44. Gij ontvangt geen getuigenis dan na de beproeving van uw geloof,
Ether 12:6. Heb Ik u daarover geen vrede in uw gemoed geschonken? Welk groter getuigenis kunt u hebben dan van God?
LV 6:22–23. En nu, na de vele getuigenissen die van Hem zijn gegeven, is dit het getuigenis dat wij van Hem geven,
LV 76:22–24. Ik heb u uitgezonden om te getuigen en te waarschuwen,
LV 88:81–82. De testateurs zijn nu dood, en hun testament is van kracht,
LV 135:4–5. Henoch zag engelen die getuigden van de Vader en de Zoon,
Moz. 7:27. Al werd ik gehaat en vervolgd, omdat ik zei dat ik een visioen had gezien, het was toch waar,
GJS 1:24–25.