Het vaste gevolg van zegeningen voor rechtvaardige gedachten en handelingen, en straf voor zonden waarvan men zich niet bekeert. De gerechtigheid is een eeuwige wet die een straf eist wanneer er een wet van God overtreden wordt (
Alma 42:13–24). Als de zondaar zich niet bekeert, moet hij de straf ondergaan (
Mos. 2:38–39;
LV 19:17). Als hij zich wél bekeert, betaalt de Heiland de prijs door de verzoening, waardoor de barmhartigheid in werking treedt (
Alma 34:16).
De ziel die zondigt, zal sterven,
Ez. 18:4. De Heer vraagt van u niets anders dan recht te doen,
Micha 6:8. Jezus zal rechtvaardig zijn en onze zonden vergeven,
1 Joh. 1:9. De gerechtigheid van God scheidt de goddelozen van de rechtvaardigen,
1 Ne. 15:30. De verzoening voldoet aan de eisen van zijn gerechtigheid,
2 Ne. 9:26. Het gehele mensdom is gevallen en bevindt zich in de greep van de gerechtigheid,
Alma 42:14. De verzoening bevredigt de eisen van de gerechtigheid,
Alma 42:15. Denkt gij dat de barmhartigheid de gerechtigheid kan beroven?
Alma 42:25. De gerechtigheid Gods hangt u boven het hoofd tenzij gij u bekeert,
Alma 54:6. Recht en oordeel zijn de straf die aan mijn wet verbonden is,
LV 82:4. Gerechtigheid vervolgt haar baan en maakt aanspraak op het hare,
LV 88:40. Niemand is gevrijwaard van de gerechtigheid en de wetten van God,
LV 107:84.