Gelooft in de Heer, uw God; gelooft in zijn profeten,
2 Kron. 20:20. De rechtvaardige zal door zijn geloof leven,
Hab. 2:4. Er overkwam Daniël geen kwaad in de leeuwenkuil omdat hij in God geloofde,
Dan. 6:23. Naar uw geloof zal het u geschieden,
Matt. 8:13. Uw geloof heeft u behouden,
Matt. 9:22 (Marc. 5:34; Luc. 7:50). U geschiede naar uw geloof, Matt. 9:29. Indien gij een geloof hebt als een mosterdzaad zal niets u onmogelijk zijn,
Matt. 17:20 (Luc. 17:6). Al wat gij in het gebed gelovig vragen zult, zult gij ontvangen,
Matt. 21:22. Wees niet bevreesd, geloof alleen,
Marc. 5:36. Alles is mogelijk voor wie gelooft,
Marc. 9:23–24. Wie gelooft en zich laat dopen, zal behouden worden,
Marc. 16:16 (
2 Ne. 2:9;
3 Ne. 11:33–35). Ik heb voor u gebeden, dat uw geloof niet zou bezwijken,
Luc. 22:32. Wie in de Zoon gelooft, heeft eeuwig leven,
Joh. 3:16, 18, 36 (Joh. 5:24;
LV 10:50). Wij geloven en zijn ervan overtuigd dat Gij de Christus zijt,
Joh. 6:69. Wie in Mij gelooft, zal leven, ook al is hij gestorven,
Joh. 11:25–26. Geloof in Christus’ naam heeft deze man sterk gemaakt,
Hand. 3:16. Het geloof is uit het horen van het woord van God,
Rom. 10:17. Indien Christus niet is opgestaan, is ook uw geloof zonder inhoud,
1 Kor. 15:14. Geloof werkt door liefde,
Gal. 5:6. Door genade zijt gij behouden, door het geloof,
Ef. 2:8 (
2 Ne. 25:23). Neem het schild des geloofs,
Ef. 6:16 (
LV 27:17). Ik heb mijn loop ten einde gebracht, ik heb het geloof behouden,
2 Tim. 4:7. Wij die tot geloof gekomen zijn, gaan tot de rust in,
Hebr. 4:3. Het geloof is de zekerheid der dingen die men hoopt,
Hebr. 11:1. Zonder geloof is het onmogelijk Hem welgevallig te zijn,
Hebr. 11:16. Indien geloof niet met werken gepaard gaat, is het dood,
Jak. 2:17–18, 22. Geloof in Jezus Christus en heb elkander lief,
1 Joh. 3:23. Ik zal heengaan en doen wat de Heer heeft geboden,
1 Ne. 3:7. De Heer is in staat alles voor de mensenkinderen te doen, mits zij geloof in Hem oefenen,
1 Ne. 7:12. De wijzers in de Liahona werkten volgens het geloof,
1 Ne. 16:28. De Messias zal niemand vernietigen die in Hem gelooft,
2 Ne. 6:14. Bekeer u en laat u in zijn naam dopen, met volmaakt geloof in de Heilige Israëls,
2 Ne. 9:23. De Joden zullen worden vervolgd totdat zij ertoe bewogen worden in Christus te geloven,
2 Ne. 25:16. Christus verricht machtige wonderen onder de mensenkinderen naar hun geloof,
2 Ne. 26:13 (
Ether 12:12;
Mro. 7:27–29, 34–38). Enos’ zonden hem vergeven door zijn geloof in Christus,
Enos 1:3–8. Zo iemand zal geen redding ten deel vallen behalve door geloof in de Heer Jezus Christus,
Mos. 3:12. Indien gij al die dingen gelooft, ziet toe dat gij ze doet,
Mos. 4:10. Harten worden veranderd door geloof in zijn naam,
Mos. 5:7. De gebeden van Gods dienstknechten worden naar hun geloof verhoord,
Mos. 27:14. De Zoon zal de overtredingen op Zich nemen van hen die in zijn naam geloven,
Alma 11:40. Geef ons kracht naar ons geloof in Christus,
Alma 14:26. Roep Gods naam aan in geloof,
Alma 22:16. Gezegend is hij die in het woord Gods gelooft zonder gedwongen te worden,
Alma 32:16. Geloof wil niet zeggen van iets een volmaakte kennis hebben,
Alma 32:21 (
Ether 12:6). Al kunt gij niet meer doen dan verlangen te geloven, laat dat verlangen dan in u werken,
Alma 32:27. Wanneer het woord begint te zwellen, koester het door uw geloof,
Alma 33:23 (
Alma 32:28). Hun bewaring werd toegeschreven aan de wonderbaarlijke macht van God wegens hun buitengewone geloof,
Alma 57:25–27. Allen die met geloof opkeken naar de Zoon van God zouden leven,
Hel. 8:15. Indien gij in Christus’ naam gelooft, zult gij u bekeren,
Hel. 14:13. Wie in Christus gelooft, gelooft ook in de Vader,
3 Ne. 11:35. Ik zie dat uw geloof voldoende is voor Mij om u te genezen,
3 Ne. 17:8. Nooit heeft de mens in de Heer geloofd zoals de broeder van Jared,
Ether 3:15. Geloof is datgene waarop gehoopt wordt en wat niet wordt gezien,
Ether 12:6. Allen die wonderen hebben verricht, hebben ze verricht door geloof,
Ether 12:12–18. Als de mensen geloof hebben in Mij, zal Ik het zwakke voor hen sterk laten worden,
Ether 12:27–28, 37. Mormon leerde geloof, hoop en naastenliefde,
Mro. 7. Alles wat ertoe beweegt in Christus te geloven, wordt door de macht van Christus uitgezonden,
Mro. 7:16–17. Wat gij de Vader in mijn naam vraagt, gelovende dat gij zult ontvangen, zie, het zal u geschieden,
Mro. 7:26. Zij die in Hem geloven, zullen al het goede aanhangen,
Mro. 7:28. Indien gij vraagt met geloof in Christus, zal Hij de waarheid openbaren,
Mro. 10:4. Wie in de woorden van de Heer geloven, zullen een openbaring van de Geest krijgen,
LV 5:16. Zonder geloof kunt u niets doen, vraag daarom in geloof,
LV 8:10. Het zou hun worden gegeven volgens hun geloof in hun gebeden,
LV 10:47, 52. Wie geloven in de naam van de Heer zullen zonen van God worden,
LV 11:30 (Joh. 1:12). Alle mensen moeten in geloof en in zijn naam tot het einde volharden,
LV 20:25, 29. Rechtvaardiging door de genade van Christus is juist en waar,
LV 20:30. De Geest zal u gegeven worden door het gelovige gebed,
LV 42:14. Sommigen wordt het gegeven andermans woorden te geloven,
LV 46:14. Tekenen volgen hen die geloven,
LV 58:64 (
LV 63:7–12). Geloof komt niet door tekenen, maar tekenen volgen hen die geloven,
LV 63:9–12. Ouders moeten hun kinderen geloof in Christus leren,
LV 68:25. Vergaar kennis, door studie en ook door geloof,
LV 88:118. Zij die geloven, zich bekeren, en zich laten dopen, zullen de Heilige Geest ontvangen,
Moz. 6:52. Geloof in de Heer Jezus Christus is het eerste beginsel van het evangelie,
Art. 1:4