De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
ONDERWERPEN OP ALFABET
Dank, dankbaar, dankbaarheid, dankzegging
Dankbaarheid voor de zegeningen die wij van God ontvangen. Het uiten van onze dankbaarheid is God welgevallig. Hem danken is een essentieel onderdeel van ware aanbidding. Wij behoren de Heer voor alles te danken.
Het is goed de Heer te loven, Ps. 92:1. Kom met lofzang voor zijn aangezicht, Ps. 95:1–2. Looft Hem, prijst zijn naam, Ps. 100:1–5. Ik houd niet op te danken, Ef. 1:15–16. Wees dankbaar, Kol. 3:15. De lof en de heerlijkheid en de wijsheid en de dankzegging zij onze God, Op. 7:12. Hoezeer behoort gij uw hemelse Koning te danken! Mos. 2:19–21. Leeft met dagelijkse dankbetuiging, Alma 34:38. Wanneer gij des ochtends opstaat, laat uw hart dan vol dankbaarheid zijn jegens God, Alma 37:37. Doe alle dingen onder gebed en dankzegging, LV 46:7. Gij moet God danken, LV 46:32. Doe deze dingen met dankzegging, LV 59:15–21. Ontvang deze zegen uit de hand van de Heer met een dankbaar hart, LV 62:7. Wie alle dingen met dankbaarheid ontvangt, zal worden verheerlijkt, LV 78:19. Dankt bij alles, LV 98:1 (1 Tess. 5:18). Looft de Heer met een gebed van lofprijzing en dankzegging, LV 136:28.