De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
ONDERWERPEN OP ALFABET
Doop, dopen
De doop door onderdompeling in water door iemand die daartoe het gezag bezit, is de inleidende verordening van het evangelie die noodzakelijk is om lid te worden van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen. Om volledig te zijn, moet de doop worden voorafgegaan door geloof in Jezus Christus en bekering, en worden gevolgd door het ontvangen van de gave van de Heilige Geest (2 Ne. 31:13–14). De doop door water en de Geest is onontbeerlijk om het celestiale koninkrijk te kunnen binnengaan. Adam werd als eerste gedoopt (Moz. 6:64–65). Ook Jezus heeft Zich laten dopen om alle gerechtigheid te vervullen en de mensen de weg te wijzen (Matt. 3:13–17; 2 Ne. 31:5–12).
Omdat niet alle mensen op aarde de kans krijgen het evangelie tijdens het sterfelijke leven te aanvaarden, heeft de Heer opdracht gegeven tot de plaatsvervangende doop voor de doden. Bijgevolg zullen zij die het evangelie in de geestenwereld aanvaarden eveneens in aanmerking komen om het celestiale koninkrijk binnen te gaan.
Onontbeerlijk: Laat Mij thans geworden om alle gerechtigheid te vervullen, Matt. 3:15. Jezus kwam en liet Zich door Johannes dopen, Marc. 1:9. De Farizeeën en de wetgeleerden verwierpen Gods raad, daar zij niet gedoopt waren, Luc. 7:30. Tenzij iemand geboren wordt uit water en Geest, kan hij het koninkrijk Gods niet binnengaan, Joh. 3:5. Alle mensen moeten zich bekeren en zich laten dopen, Hand. 2:38. Hij gebiedt alle mensen zich in zijn naam te laten dopen, 2 Ne. 9:23–24. De mensen moeten Christus volgen, zich laten dopen, de Heilige Geest ontvangen en tot het einde toe volharden om gered te worden, 2 Ne. 31. Christus’ leer is dat de mensen moeten geloven en zich laten dopen, 3 Ne. 11:20–40. Wie niet in uw woorden geloven en zich niet in water laten dopen in mijn naam, zullen verdoemd worden, LV 84:74. God legde Adam uit waarom bekering en doop noodzakelijk zijn, Moz. 6:52–60.
Doop door onderdompeling: Terstond nadat Jezus gedoopt was, steeg Hij op uit het water, Matt. 3:16 (Marc. 1:10). Johannes doopte te Enon omdat daar veel water was, Joh. 3:23. Filippus en de kamerling daalden af in het water, Hand. 8:38. Wij worden met Hem begraven door de doop, Rom. 6:4 (Kol. 2:11). Volg uw Heer en Heiland in het water, 2 Ne. 31:13. Alma, Helam en anderen werden in het water begraven, Mos. 18:12–16. En dan zult u hen in het water onderdompelen, 3 Ne. 11:25–26. De juiste manier om de doop te bedienen, uitgelegd, LV 20:72–74. Zij hebben zich laten dopen naar de wijze van zijn begrafenis, doordat zij in zijn naam in het water werden begraven, LV 76:50–51. Adam werd onder het water gelegd en uit het water gehaald, Moz. 6:64. Doop is door onderdompeling tot vergeving van zonden, Art. 1:4.
Doop tot vergeving van zonden: Sta op, laat u dopen en uw zonden afwassen, Hand. 22:16. Na de doop komt de vergeving van zonden door vuur en door de Heilige Geest, 2 Ne. 31:17. Kom en laat u dopen tot bekering, opdat uw zonden afgewassen worden, Alma 7:14. Gezegend zij die zullen geloven en zich laten dopen, want zij zullen vergeving van hun zonden ontvangen, 3 Ne. 12:1–2. Verkondig bekering en geloof in de Heiland en vergeving van zonden door de doop, LV 19:31. Wij geloven in de doop door onderdompeling tot vergeving van zonden, Art. 1:4.
Juist gezag: Ga dan heen, maak al de volken tot mijn discipelen en doop hen in de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest, Matt. 28:19 (LV 68:8). Limhi en velen van zijn volk wilden zich laten dopen; er was echter niemand in het land die gezag van God bezat, Mos. 21:33. Ik geef u de macht om te dopen, 3 Ne. 11:19–21. Het Aäronisch priesterschap omvat de sleutels van de doop door onderdompeling tot vergeving van zonden, LV 13:1. Zij zijn het die door Mij worden geordend om in mijn naam te dopen, LV 18:29. Johannes de Doper verleent Joseph Smith en Oliver Cowdery het gezag om te dopen, GJS 1:68–69.
Vereisten voor de doop: Bekeer u en laat u dopen in de naam van mijn geliefde Zoon, 2 Ne. 31:11. Gij moet u bekeren en worden wedergeboren, Alma 7:14. Zie toe dat u zich niet onwaardig laat dopen, Mrm. 9:29. Leer de ouders dat zij zich moeten bekeren en zich moeten laten dopen en zich moeten verootmoedigen, Mro. 8:10. Vereisten voor hen die het verlangen hebben zich te laten dopen uiteengezet, LV 20:37. Kinderen moeten met acht jaar worden gedoopt tot vergeving van hun zonden, LV 68:25, 27.
Verbonden gesloten door de doop: Gij hebt een verbond met Hem gesloten dat gij Hem zult dienen en zijn geboden onderhouden, Mos. 18:8–10, 13. Wie zich bekeren, de naam van Christus op zich nemen met het vaste voornemen Hem te dienen, zullen door de doop in zijn kerk worden opgenomen, LV 20:37.
Doop voor de doden: Wat zullen zij doen, die zich voor de doden laten dopen, 1 Kor. 15:29. De doop wordt voor de doden bediend tot vergeving van zonden, LV 124:29; 127:5–9; 128:1; 138:33.
Doop niet voor kleine kinderen: Het is ernstig spotten voor God om kleine kinderen te dopen, Mro. 8:4–23. Kinderen moeten worden gedoopt wanneer zij acht jaar zijn, LV 68:27. Alle kinderen die sterven eer ze de jaren van verantwoordelijkheid hebben bereikt, zijn behouden in het celestiale koninkrijk, LV 137:10.