De geestelijke dood is in de wereld gekomen door de val van Adam (
Moz. 6:48). Stervelingen met verdorven gedachten, woorden en werken zijn geestelijk dood, ook al leven ze nog op aarde (1 Tim. 5:6). Dankzij de verzoening van Jezus Christus en door gehoorzaamheid aan de beginselen en verordeningen van het evangelie, kunnen mannen en vrouwen rein worden van zonde en de geestelijke dood overwinnen.
Boosdoeners worden afgesneden,
Ps. 37:9. Want de gezindheid van het vlees is de dood,
Rom. 8:6 (
2 Ne. 9:39). Begeerten doen de mensen wegzinken in verderf en ondergang,
1 Tim. 6:9. Zonde brengt de dood voort,
Jak. 1:15. Wie overwint, zal van de tweede dood geen schade lijden,
Op. 2:11. Over hen heeft de tweede dood geen macht,
Op. 20:6, 12–14. Het deel van de goddelozen zal zijn in de poel, die brandt van vuur en zwavel: dit is de tweede dood,
Op. 21:8 (
LV 63:17–18). De mensen zijn vrij om vrijheid en eeuwig leven te kiezen of gevangenschap en dood,
2 Ne. 2:27 (
2 Ne. 10:23;
Alma 29:5;
Hel. 14:30–31). God heeft een weg bereid voor onze ontsnapping aan de dood en de hel,
2 Ne. 9:10. Bevrijd u van de pijnen der hel, opdat u de tweede dood niet zult ondergaan,
Jakob 3:11. De natuurlijke mens is een vijand van God,
Mos. 3:19. Moge de Heer u bekering schenken, opdat u niet de tweede dood ondergaat,
Alma 13:30. Alma was omsloten door de eeuwigdurende ketenen van de dood,
Alma 36:18. De goddelozen sterven ten opzichte van zaken die met de gerechtigheid te maken hebben,
Alma 40:26 (
Alma 12:16)
. De val bracht een geestelijke dood over het gehele mensdom,
Alma 42:9 (
Hel. 14:16–18). Toen Adam viel, werd hij geestelijk dood,
LV 29:40–41, 44.