De hoogste van de drie graden van heerlijkheid die iemand na dit leven kan bereiken. Daar zullen de rechtvaardigen wonen in de tegenwoordigheid van God de Vader en zijn Zoon, Jezus Christus.
De glans der hemelse lichamen is anders dan die der aardse,
1 Kor. 15:40 (
LV 76:96). Paulus weggevoerd tot in de derde hemel,
2 Kor. 12:2. De celestiale heerlijkheid in een visioen getoond,
LV 76:50–70. Als de heiligen een plaats in de celestiale wereld verlangen, moeten zij zich voorbereiden,
LV 78:7. Wie niet in staat is zich aan de wet van een celestiaal koninkrijk te houden, kan geen celestiale heerlijkheid verdragen,
LV 88:15–22. De celestiale heerlijkheid omvat drie hemelen; voorwaarden voor het verkrijgen van de hoogste,
LV 131:1–2. Kinderen die sterven eer ze de jaren van verantwoordelijkheid bereikt hebben, worden behouden in het celestiale koninkrijk,
LV 137:10.