Vrij van zonde of schuld; onberispelijk. Iemand wordt zuiver wanneer zijn gedachten en handelingen volkomen rein zijn. Wie gezondigd heeft, kan zuiver worden door te geloven in Jezus Christus, zich te bekeren en de verordeningen van het evangelie te ontvangen.
Wie rein is van handen en zuiver van hart, zal de zegen van de Heer wegdragen,
Ps. 24:3–5. Reinigt u, gij die de vaten des Heren draagt,
Jes. 52:11 (
LV 133:4–5). Zalig de reinen van hart,
Matt. 5:8 (
3 Ne. 12:8). Al wat rein is, bedenkt dat,
Fil. 4:8 (
Art. 1:13). Gij allen die rein van hart zijt, heft uw hoofd op en neemt het aangename woord Gods aan,
Jakob 3:2–3. Kunt gij te dien dage met een zuiver hart en reine handen naar God opblikken?
Alma 5:19. Omdat zij rein en vlekkeloos waren voor het aangezicht van God, konden zij de zonde niet anders dan met afschuw aanschouwen,
Alma 13:12. Opdat wij gereinigd zullen worden zoals Hij rein is,
Mro. 7:48 (
Mrm. 9:6). Christus zal een rein volk voor Zichzelf bewaren,
LV 43:14. De Heer gebood dat er een huis in Zion zou worden gebouwd, waarin de reinen van hart God zullen zien,
LV 97:10–17. Dit is Zion: de reinen van hart,
LV 97:21.