Godvrezend, rechtschapen, nederig, onderwijsbaar en geduldig onder alle lijden. De zachtmoedigen zijn bereid zich aan de leer van het evangelie te houden.
Mozes was een zeer zachtmoedig man,
Num. 12:3. De zachtmoedigen beërven het land,
Ps. 37:11 (Matt. 5:5;
3 Ne. 12:5;
LV 88:17). Zoekt de Heer, alle zachtmoedigen; zoekt gerechtigheid, zoekt ootmoed,
Sef. 2:3 (1 Tim. 6:11). Leer van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart,
Matt. 11:29. Zachtmoedigheid is een vrucht van de Geest,
Gal. 5:22–23. Een dienstknecht van de Heer moet vriendelijk zijn, bekwaam om te onderwijzen, geduldig, met zachtmoedigheid de dwarsdrijvers bestraffende,
2 Tim. 2:24–25. Een zachtmoedige en stille geest is kostbaar in het oog van God,
1 Pet. 3:4. Leg de natuurlijke mens af en word zachtmoedig,
Mos. 3:19 (
Alma 13:27–28). God gebood Helaman de mensen te leren zachtmoedig te zijn,
Alma 37:33. De genade van de Heer is de zachtmoedigen genoeg,
Ether 12:26. Gij gelooft in Christus wegens uw zachtmoedigheid,
Mro. 7:39. Niemand is aannemelijk voor God behalve de zachtmoedigen en nederigen van hart,
Mro. 7:44. De vergeving van zonden brengt zachtmoedigheid, en dankzij zachtmoedigheid komt het bezoek van de Heilige Geest,
Mro. 8:26. Wandel in de zachtmoedigheid van mijn Geest,
LV 19:23. Bestuur uw gezin in zachtmoedigheid,
LV 31:9. De macht en invloed van het priesterschap kunnen worden gehandhaafd door zachtmoedigheid en ootmoed,
LV 121:41.