De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
ONDERWERPEN OP ALFABET
Ziel
Zie ook Geest; Lichaam
In de Schriften heeft het woord ziel drie betekenissen: (1) geestelijke wezens, zowel voor als na dit sterfelijke leven (Alma 40:11–14; Abr. 3:23); (2) de geest en het lichaam verenigd tijdens het sterfelijke leven (Abr. 5:7); en (3) een onsterfelijk, herrezen mens van wie de geest en het lichaam onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn (Alma 40:23; LV 88:15–16).
Het bloed bewerkt verzoening door middel van de ziel, Lev. 17:11. Hij verkwikt mijn ziel, Ps. 23:3. Gij zult de Heer, uw God, liefhebben met geheel uw ziel, Matt. 22:37 (Marc. 12:30). De duivel bedriegt hun ziel, 2 Ne. 28:21. Bied Hem uw gehele ziel als offerande aan, Omni 1:26. Het woord begint mijn ziel te verruimen, Alma 32:28. Zijn ziel zal nimmermeer hongeren of dorsten, 3 Ne. 20:8. Het brood en het water van het avondmaal zijn geheiligd voor de zielen van allen die ervan nemen, Mro. 4–5 (LV 20:77–79). Wie in het koninkrijk arbeiden, redden hun ziel door hun dienstbetoon, LV 4:2, 4. De waarde van de ziel is groot, LV 18:10. Gij zijt in de wereld geboren door water en bloed en de geest, waardoor gij een levende ziel zijt geworden, Moz. 6:59.
Waarde van zielen: Alle mensen zijn geestkinderen van God. Hij houdt van al zijn kinderen en vindt ieder van hen belangrijk. Omdat zij zijn kinderen zijn, hebben zij de mogelijkheid om te worden zoals Hij. Daarom is hun waarde groot.
Er is blijdschap over één zondaar die zich bekeert, Luc. 15:10. Alzo lief heeft God de wereld gehad dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, Joh. 3:16. Zij konden het niet verdragen dat enige mensenziel verloren zou gaan, Mos. 28:3. Is voor God een ziel in deze tijd niet even kostbaar als een ziel ten tijde van zijn komst? Alma 39:17. Wat voor u de meeste waarde zal hebben, is zielen tot Mij te brengen, LV 15:6. Bedenk dat de waarde van de ziel groot is in de ogen van God, LV 18:10–15. Dit is mijn werk en mijn heerlijkheid: de onsterfelijkheid en het eeuwige leven van de mens tot stand te brengen, Moz. 1:39.