|
ONDERWERPEN OP ALFABET
Zendbrieven van Paulus
Veertien boeken in het Nieuwe Testament die oorspronkelijk brieven waren van de apostel Paulus aan de leden van de kerk. Zij kunnen als volgt worden onderverdeeld:
1 en 2 Tessalonicenzen (50–51 n.C.)
Paulus heeft de zendbrieven aan de Tessalonicenzen vanuit Korintië geschreven tijdens zijn tweede zendingsreis. Zijn arbeid in Tessalonica wordt beschreven in Handelingen 17. Hij wilde daarheen terugkeren, maar was daartoe niet in staat (1 Tess. 2:18). Bijgevolg stuurde hij Timoteüs om de bekeerlingen te bemoedigen en hem te berichten hoe zij het maakten. De eerste zendbrief is het gevolg van zijn dankbaarheid voor Timoteüs’ veilige terugkeer. De tweede zendbrief is kort daarna geschreven.
1 en 2 Korintiërs, Galaten, Romeinen (55–57 n.C.)
Paulus heeft de zendbrieven aan de Korintiërs tijdens zijn derde zendingsreis geschreven met de bedoeling antwoord te geven op vragen en misstanden onder de heiligen in Korinte te corrigeren.
De zendbrief aan de Galaten is wellicht geschreven aan veel gemeenten van de kerk door heel Galatië, waar sommige kerkleden bezig waren het evangelie los te laten omdat zij de voorkeur gaven aan de Joodse wet. In deze brief legt Paulus de bedoeling uit van de wet van Mozes en de waarde van een geestelijke godsdienst.
Paulus heeft de zendbrief aan de Romeinen vanuit Korinte geschreven, ten dele met de bedoeling de Romeinse heiligen voor te bereiden op het bezoek dat hij hun wilde brengen. Deze brief bevestigt tevens bepaalde leerstellingen die werden aangevochten door een aantal Joden die zich tot het christendom hadden bekeerd.
Filippenzen, Kolossenzen, Efeziërs, Filemon, Hebreeën (60–62 n.C.)
Paulus heeft deze zendbrieven geschreven toen hij voor de eerste keer in Rome in de gevangenis zat.
Zijn zendbrief aan de Filippenzen was hoofdzakelijk bedoeld om zijn dankbaarheid en genegenheid voor de heiligen in Filippi tot uitdrukking te brengen, en tevens om hen op te beuren wegens hun teleurstelling over zijn lange gevangenschap.
Paulus heeft de zendbrief aan de Kolossenzen geschreven ten gevolge van een bericht dat de heiligen te Kolosse bezig waren ernstig af te dwalen. Zij geloofden dat volmaking kon worden bereikt door de stipte nakoming van enkel de uiterlijke verordeningen, in plaats van de ontwikkeling van eigenschappen als die van Christus.
De zendbrief aan de Efeziërs is van bijzonder belang omdat die Paulus’ leringen bevat over de kerk van Christus.
De zendbrief aan Filemon is een persoonlijke brief over Onesimus, een slaaf die zijn meester, Filemon, had bestolen en was weggelopen naar Rome. Paulus stuurde Onesimus terug naar zijn meester met het verzoek zijn slaaf te willen vergeven.
Paulus’ zendbrief aan de Hebreeën is gericht aan Joodse leden van de kerk om hen ervan te overtuigen dat de wet van Mozes in Christus was vervuld en was vervangen door de evangeliewet van Christus.
1 en 2 Timoteüs, Titus (64–65 n.C.)
Paulus heeft deze zendbrieven geschreven nadat hij voor de eerste keer was ontslagen uit de gevangenis te Rome.
Daarop reisde Paulus naar Efeze, waar hij Timoteüs achterliet om een eind te maken aan de verbreiding van bepaalde speculaties over de leerstellingen, met de bedoeling daar later terug te keren. In zijn eerste zendbrief aan Timoteüs, die hij wellicht vanuit Macedonië heeft geschreven, gaf hij hem raad en bemoediging bij de vervulling van zijn opdracht.
Paulus heeft de zendbrief aan Titus geschreven in een periode dat hij niet in de gevangenis zat. Het kan zijn dat hij Kreta had bezocht, waar Titus werkzaam was. De brief handelt hoofdzakelijk over een rechtvaardige levensstijl en over orde in de kerk.
Paulus heeft de tweede zendbrief aan Timoteüs geschreven toen hij voor de tweede keer gevangen was gezet, kort voordat hij als martelaar stierf. Deze brief bevat Paulus’ laatste woorden, die ons de wonderbaarlijke moed en het grote vertrouwen tonen waarmee hij de dood onder ogen heeft gezien.
|