De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
ONDERWERPEN OP ALFABET
Zegen, zegenen, zegening
Iemand goddelijke gunst verlenen. Alles wat bijdraagt tot iemands ware geluk, welzijn of voorspoed is een zegen(ing).
Alle zegeningen zijn gebaseerd op eeuwige wetten (LV 130:20–21). Omdat God wil dat zijn kinderen vreugde op aarde zullen hebben (2 Ne. 2:25), schenkt Hij hun zegeningen wanneer zij zijn geboden gehoorzamen (LV 82:10), in antwoord op een gebed of priesterschapsverordening (LV 19:38; 107:65–67), of door zijn genade (2 Ne. 25:23).
Zeer bekend is de opsomming in de zaligsprekingen van wie gezegend zijn (Matt. 5:1–12; 3 Ne. 12:1–12).
Algemeen: Ik zal u tot een groot volk maken, en u zegenen, Gen. 12:2–3 (1 Ne. 15:18; Abr. 2:9–11). Zegeningen rusten op het hoofd van de rechtvaardigen, Spr. 10:6. Een betrouwbaar man heeft veel zegen, Spr. 28:20. De Heer zal de vensters van de hemel openen en zegen over u uitgieten, Mal. 3:10 (3 Ne. 24:10). De zaligsprekingen beloven zegeningen, Matt. 5:1–12 (3 Ne. 12:1–12). Gezegend zijn zij die genodigd zijn tot het bruiloftsmaal des Lams, Op. 19:9. Wie rechtvaardig is, staat bij God in de gunst, 1 Ne. 17:35 (Mos. 10:13). Indien gij luistert, laat ik u een zegen, 2 Ne. 1:28. Ik laat u dezelfde zegen, 2 Ne. 4:9. Hij zegent u onmiddellijk, Mos. 2:24. De Heer zegent hen die hun vertrouwen in Hem stellen en maakt hen voorspoedig, Hel. 12:1. Werk eraan mee mijn werk voort te brengen en Ik zal u zegenen, LV 6:9. Bid altijd en groot zal uw zegen zijn, LV 19:38. Laat u dopen en u zult mijn Geest ontvangen en een zegen zo groot als u nog nooit hebt gekend, LV 39:10. Na veel beproeving komen de zegeningen, LV 58:4. De mensen gehoorzamen niet; Ik herroep en zij ontvangen de zegening niet, LV 58:32. U hebt niet begrepen welke grote zegeningen de Vader voor u heeft bereid, LV 78:17. De bediening van verordeningen en zegens aan de kerk komt van de hoge priesterschap, LV 107:65–67. Elke zegening vloeit voort uit een wet, LV 130:20. Allen die een zegening uit mijn hand willen verkrijgen, moeten zich houden aan de wet, LV 132:5. Zegeningen zijn voorbehouden aan hen die de Heer liefhebben, LV 138:52. Abraham streefde naar de zegeningen van de vaderen en het recht om die te bedienen, Abr. 1:2.
Zegenen van kinderen: Hij omarmde ze en zegende ze, Marc. 10:16. Hij nam hun kleinen een voor een en zegende hen, 3 Ne. 17:21. De ouderlingen moeten de kinderen in de naam van Jezus Christus zegenen, LV 20:70.