De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
ONDERWERPEN OP ALFABET
Wassen, gewassen, wassingen
Lichamelijk of geestelijk reinigen. In symbolische zin kan iemand die zich heeft bekeerd, door de verzoening van Jezus Christus gereinigd worden van een leven bezwaard met zonde en de gevolgen daarvan. Bepaalde wassingen die verricht worden met het ware gezag van het priesterschap dienen als heilige verordeningen.
De priester zal zijn klederen wassen en zijn lichaam in water baden, Num. 19:7. Was mij geheel van mijn ongerechtigheid, Ps. 51:4. Was u, reinigt u, houdt op kwaad te doen, Jes. 1:16–18. Jezus waste de voeten van zijn apostelen, Joh. 13:4–15 (LV 88:138–139). Laat u dopen en uw zonden afwassen, Hand. 22:16 (Alma 7:14; LV 39:10). Niemand kan worden gered, tenzij zijn klederen zijn witgewassen, Alma 5:21 (3 Ne. 27:19). Hun klederen werden wit gewassen door het bloed van Christus, Alma 13:11 (Ether 13:10). Opdat zij, door de geboden te onderhouden, konden worden gewassen en gereinigd van al hun zonden, LV 76:52. Uw zalvingen en uw wassingen worden verordonneerd door de verordening van mijn heilig huis, LV 124:39–41.