Ik weet: mijn Losser leeft en ten laatste zal Hij op het stof optreden,
Job 19:25. Voor Mij zal elke knie zich buigen, bij Mij zal elke tong zweren,
Jes. 45:23 (
LV 88:104). Met de wolken des hemels kwam iemand gelijk een mensenzoon,
Dan. 7:13 (Matt. 26:64; Luc. 21:25–28). Zij zullen hem aanschouwen die zij doorstoken hebben,
Zach. 12:10. Ze zullen zeggen: Wat zijn dat voor wonden in uw handen?
Zach. 13:6 (
LV 45:51). Wie kan de dag van zijn komst verdragen? Want Hij zal zijn als het vuur van de smelter,
Mal. 3:2 (
3 Ne. 24:2;
LV 128:24). De Zoon des mensen zal komen in de heerlijkheid des Vaders,
Matt. 16:27 (Matt. 25:31). Doch van die dag en van die ure weet niemand, maar de Vader alleen,
Matt. 24:36 (
LV 49:7;
MJS 1:38–48). Deze Jezus zal op dezelfde wijze wederkomen als gij Hem ten hemel hebt zien varen,
Hand. 1:11. De Heer zelf zal nederdalen van de hemel,
1 Tess. 4:16. De dag des Heren zal komen als een dief,
2 Pet. 3:10. De Heer komt met zijn heilige tienduizenden,
Judas 1:14. Hij komt met de wolken en elk oog zal Hem zien,
Op. 1:7. Jezus zal staan om de wereld te oordelen,
3 Ne. 27:14–18. Bereidt u voor, bereidt u voor, want de Heer is nabij,
LV 1:12. Ik zal Mijzelf met macht uit de hemel openbaren en duizend jaar op aarde wonen,
LV 29:9–12. Verhef uw stem en roep een krom en ontaard geslacht bekering toe om de weg des Heren te bereiden voor zijn wederkomst,
LV 34:5–12. Ik ben Jezus Christus en Ik zal plotseling tot mijn tempel komen,
LV 36:8 (
LV 133:2). De dag komt spoedig dat gij Mij zult zien en zult weten dat Ik ben,
LV 38:8. Wie Mij vreest, zal uitzien naar de tekenen van de komst van de Zoon des Mensen,
LV 45:39. Het aangezicht des Heren zal worden ontsluierd,
LV 88:95. De grote en geduchte dag des Heren is nabij,
LV 110:16. Wanneer de Heiland verschijnt, zullen wij Hem zien zoals Hij is,
LV 130:1. De Heer zal te midden van zijn volk staan en regeren,
LV 133:25. Wie is dat die van God in de hemel neerdaalt met geverfde klederen?
LV 133:46 (Jes. 63:1).