De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
ONDERWERPEN OP ALFABET
Vrij, vrijheid
De toestand waarin men in staat is vrij te handelen en te denken; het vermogen om zonder dwang persoonlijke keuzen te doen. Gehoorzaamheid aan de beginselen van het evangelie bevrijdt de mens van de geestelijke gevangenschap van de zonde (Joh. 8:31–36). Wie zich bekeert en zich naar Gods wil voegt, is vrij van de slavernij van de zonde dankzij de verzoening van Jezus Christus (Mosiah 5:8).
Ik zal in vrijheid wandelen, want ik zoek uw leringen, Ps. 119:45. De waarheid zal u vrijmaken, Joh. 8:32. Wie vrijgemaakt van de zonde zijn, ontvangen het eeuwige leven, Rom. 6:19–23. Waar de Geest des Heren is, is vrijheid, 2 Kor. 3:17. Houd stand in de vrijheid waarmee Christus ons heeft vrijgemaakt, Gal. 5:1 (LV 88:86). De mensen zijn vrij om vrijheid en eeuwig leven te kiezen, 2 Ne. 2:27. Een rechtvaardige tak van het huis van Israël zal uit gevangenschap tot de vrijheid worden gebracht, 2 Ne. 3:5. Dit land zal een land van vrijheid zijn, 2 Ne. 10:11. Zij riepen de Heer aan voor hun vrijheid, Alma 43:48–50. Moroni plant de standaard der vrijheid onder de Nephieten, Alma 46:36. Moroni verheugt zich in de vrijheid van zijn land, Alma 48:11. De Geest van God is de geest van vrijheid, Alma 61:15. Volg Mij en u zult een vrij volk zijn, LV 38:22. De Heer en zijn dienstknechten verkondigen de vrijheid aan de gevangen geesten, LV 138:18, 31, 42.