De toestand waarin men in staat is vrij te handelen en te denken; het vermogen om zonder dwang persoonlijke keuzen te doen. Gehoorzaamheid aan de beginselen van het evangelie bevrijdt de mens van de geestelijke gevangenschap van de zonde (Joh. 8:31–36). Wie zich bekeert en zich naar Gods wil voegt, is vrij van de slavernij van de zonde dankzij de verzoening van Jezus Christus (
Mosiah 5:8).
Ik zal in vrijheid wandelen, want ik zoek uw leringen,
Ps. 119:45. De waarheid zal u vrijmaken,
Joh. 8:32. Wie vrijgemaakt van de zonde zijn, ontvangen het eeuwige leven,
Rom. 6:19–23. Waar de Geest des Heren is, is vrijheid,
2 Kor. 3:17. Houd stand in de vrijheid waarmee Christus ons heeft vrijgemaakt,
Gal. 5:1 (
LV 88:86). De mensen zijn vrij om vrijheid en eeuwig leven te kiezen,
2 Ne. 2:27. Een rechtvaardige tak van het huis van Israël zal uit gevangenschap tot de vrijheid worden gebracht,
2 Ne. 3:5. Dit land zal een land van vrijheid zijn,
2 Ne. 10:11. Zij riepen de Heer aan voor hun vrijheid,
Alma 43:48–50. Moroni plant de standaard der vrijheid onder de Nephieten,
Alma 46:36. Moroni verheugt zich in de vrijheid van zijn land,
Alma 48:11. De Geest van God is de geest van vrijheid,
Alma 61:15. Volg Mij en u zult een vrij volk zijn,
LV 38:22. De Heer en zijn dienstknechten verkondigen de vrijheid aan de gevangen geesten,
LV 138:18, 31, 42.