De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
ONDERWERPEN OP ALFABET
Vrede
In de Schriften kan vrede óf de vrijwaring voor strijd en beroering betekenen, óf de gemoedsrust die verkregen wordt door de invloed van de Geest die God zijn getrouwe heiligen geeft.
Vrijwaring voor strijd en beroering. Hij doet oorlogen ophouden, Ps. 46:10. Zij zullen de oorlog niet meer leren, Jes. 2:4. Houdt, zo mogelijk, vrede met alle mensen. Wreekt uzelf niet, Rom. 12:18–21. Er was nog steeds vrede in het land, 4 Ne. 1:4, 15–20. Verwerpt oorlog en verkondigt vrede, LV 98:16. Hef een vredesbanier op, LV 105:39.
Vrede van God aan de gehoorzamen. De Heiland zal de Vredevorst worden genoemd, Jes. 9:6. De goddelozen hebben geen vrede, Jes. 48:22. Er was een hemelse legermacht, die God loofde, zeggende: Ere zij God in den hoge, en vrede op aarde, Luc. 2:13–14. Vrede laat Ik u, Joh. 14:27. De vrede Gods gaat alle verstand te boven, Fil. 4:7. Het volk van koning Benjamin ontving gemoedsrust, Mos. 4:3. Hoe liefelijk op de bergen zijn de voeten van hen die vrede verkondigen, Mos. 15:14–18 (Jes. 52:7). Alma riep de Heer aan en vond vrede voor zijn ziel, Alma 38:8. De geest van de rechtvaardigen wordt ontvangen in een staat van vrede, Alma 40:12. Heb Ik uw gemoed daarover niet gerustgesteld? LV 6:23. Wandel in de zachtmoedigheid van mijn Geest en in Mij zult u vrede hebben, LV 19:23. Wie werken van gerechtigheid doet, zal vrede ontvangen, LV 59:23. Bekleed u met de band der naastenliefde, die de band is van volmaking en vrede, LV 88:125. Mijn zoon, vrede zij uw ziel, LV 121:7. Daar ik bemerkte dat er grotere vrede bestond, streefde ik naar de zegeningen van de vaderen, Abr. 1:2.