De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
ONDERWERPEN OP ALFABET
Vertrouwen
Zie ook Geloof, geloven
Iets of iemand geloven of vertrouwen. In geestelijke zaken betreft dit vertrouwen in het bijzonder het vertrouwen op God, Jezus Christus en de Heilige Geest.
Wil Hij mij doden, ik blijf op Hem hopen, Job 13:15. Het is beter bij de Heer te schuilen dan op mensen te vertrouwen, Ps. 118:8. Vertrouw op de Here met uw ganse hart, Spr. 3:5. Want de Here zal uw betrouwen zijn, Spr. 3:26. God verloste zijn dienstknechten die zich op Hem hadden verlaten, Dan. 3:19–28. Ik zal op Hem vertrouwen, Hebr. 2:13. Wanneer Christus verschijnt, kunnen wij vertrouwen hebben, 1 Joh. 2:28. Ik zal eeuwig op U vertrouwen, 2 Ne. 4:34. De goddeloze Nephieten verloren het vertrouwen van hun kinderen, Jakob 2:35. Verheug u en stel uw vertrouwen in God, Mos. 7:19. Wie zijn vertrouwen in God stelt, zal op de laatste dag worden verhoogd, Mos. 23:22. Allen die hun vertrouwen in God stellen, zullen in hun moeilijkheden worden geschraagd, Alma 36:3, 27. Vertrouw niet op de arm van het vlees, LV 1:19. Stel uw vertrouwen in die Geest die ertoe beweegt goed te doen, LV 11:12. Als hij op Mij vertrouwt, zal hij niet worden beschaamd, LV 84:116. Dan zal uw vertrouwen voor het aangezicht van God sterk worden, LV 121:45.