De Vader van de geest van alle mensen (Ps. 82:6; Matt. 5:48; Joh. 10:34; Rom. 8:16–17; Gal. 4:7; 1 Joh. 3:2). Jezus is zijn eniggeboren Zoon in het vlees. Het is de mens geboden de Vader te gehoorzamen, te eren en in Jezus’ naam tot Hem te bidden.
Als gij de mensen vergeeft, zal uw hemelse Vader ook u vergeven,
Matt. 6:14 (Matt. 18:35;
3 Ne. 13:14). Uw hemelse Vader weet dat gij dit alles behoeft,
Matt. 6:26–33 (
3 Ne. 13:26–33). Hoeveel te meer zal uw hemelse Vader de Heilige Geest geven aan hen die Hem daarom bidden?
Luc. 11:11–13. Gezegend zij de God en Vader van onze Heer Jezus Christus,
Ef. 1:3. Gij staat voor eeuwig bij uw hemelse Vader in de schuld,
Mos. 2:34. Christus heeft de naam van de Vader verheerlijkt,
Ether 12:8. De heiligen moeten getuigen van de verdrukkingen die zij hebben geleden, voordat de Vader uit zijn schuilplaats tevoorschijn komt,
LV 123:1–3, 6. Wij ervoeren grote en heerlijke zegeningen van onze hemelse Vader,
GJS 1:73.