De volheid van het evangelie van Jezus Christus. Het verlossingsplan is erop gericht de onsterfelijkheid en het eeuwige leven van de mens tot stand te brengen. Het omvat de schepping, de val en de verzoening, met alle door God gegeven wetten, verordeningen en leerstellingen. Dit plan maakt het voor alle mensen mogelijk om verhoogd te worden en voor eeuwig bij God te wonen (
2 Ne. 2, 9). In de Schriften wordt dit plan ook het heilsplan, het plan van geluk en het plan van barmhartigheid genoemd.
Om onze overtredingen werd hij doorboord,
Jes. 53:5 (
Mos. 14:5). Er is onder de hemel geen andere naam waardoor de mens behouden kan worden,
Hand. 4:12. Evenals in Adam allen sterven, zo zullen ook in Christus allen levend gemaakt worden,
1 Kor. 15:22. Door genade zijt gij behouden, door het geloof,
Ef. 2:8 (
2 Ne. 25:23). Vóór het begin van de wereld heeft God het eeuwige leven beloofd,
Titus 1:2. Jezus is de oorsprong van eeuwig heil,
Hebr. 5:8–9. Het heilsplan aan de doden gebracht,
1 Pet. 3:18–20; 4:6 (
LV 138). De dood vervult het barmhartige plan van de grote Schepper,
2 Ne. 9:6. Wat is het plan van onze God toch groot!
2 Ne. 9:13. Het verlossingsplan brengt de opstanding en vergeving van zonden teweeg,
Alma 12:25–34. Aäron onderwijst Lamoni’s vader in het verlossingsplan,
Alma 22:12–14. Amulek zet het verlossingsplan uiteen,
Alma 34:8–16. Alma zet het verlossingsplan uiteen,
Alma 42:5–26, 31. De leerstellingen van de schepping, de val, de verzoening en de doop worden in hedendaagse openbaring bevestigd,
LV 20:17–29. Het plan vóór het bestaan van de wereld beschikt,
LV 128:22. Mijn werk en mijn heerlijkheid is de onsterfelijkheid en het eeuwige leven van de mens tot stand te brengen,
Moz. 1:39. Dat is het heilsplan voor alle mensen,
Moz. 6:52–62. Wij zullen hen hiermee beproeven,
Abr. 3:22–26.