Een overeenkomst tussen God en de mens, waarin echter de twee partijen niet als gelijken optreden. God stelt de voorwaarden van het verbond en de mens stemt erin toe zich daaraan te houden. Vervolgens ontvangt hij van God de belofte van bepaalde zegeningen voor zijn gehoorzaamheid.
Beginselen en verordeningen worden door middel van een verbond ontvangen. De leden van de kerk die een verbond sluiten, beloven zich eraan te houden. De leden sluiten bijvoorbeeld bij hun doop een verbond met de Heer en hernieuwen dat verbond door aan het avondmaal deel te nemen. Zij sluiten verdere verbonden in de tempel. Het volk van de Heer is een verbondsvolk, dat rijkelijk gezegend wordt naarmate het zijn verbonden met de Heer nakomt.
Met u zal Ik mijn verbond oprichten,
Gen. 6:18. Bewaar mijn verbond, dan zult gij mij ten eigendom zijn,
Ex. 19:5. Gij zult noch met hen noch met hun goden een verbond sluiten,
Ex. 23:32. Onderhoud de sabbat als een altoosdurend verbond,
Ex. 31:16. Ik zal mijn verbond met u in eeuwigheid niet verbreken,
Richt. 2:1. Mijn gunstgenoten sluiten met Mij het verbond met offers,
Ps. 50:5 (
LV 97:8). Gedenk zijn heilig verbond,
Luc. 1:72 (
LV 90:24). De macht van God daalde neer op het verbondsvolk van de Heer,
1 Ne. 14:14. Het verbond dat de Heer met Abraham gesloten heeft, zal in de laatste dagen worden vervuld,
1 Ne. 15:18 (
3 Ne. 16:5, 11–12;
21:7;
Mrm. 9:37). Het volk van Benjamin was bereid een verbond met God aan te gaan om zijn wil te doen,
Mos. 5:5. De doop is een getuigenis dat de mens een verbond met God heeft gesloten om zijn wil te doen,
Mos. 18:13. Gij zijt kinderen van het verbond,
3 Ne. 20:25–26. Engelen vervullen en verrichten het werk van de verbonden van de Vader,
Mro. 7:31. Het vergieten van het bloed van Christus is het verbond,
Mro. 10:33. Iedereen die lid is van deze kerk van Christus moet alle verbonden nauwgezet nakomen,
LV 42:78. Gezegend zijn zij die het verbond zijn nagekomen,
LV 54:6. Wie dit verbond verbreekt, zal zijn functie en status in de kerk verliezen,
LV 78:11–12. Allen die het priesterschap aannemen, ontvangen die eed en dat verbond,
LV 84:39–40. Zij zijn gewillig hun verbonden na te komen door te offeren,
LV 97:8. Het huwelijksverbond kan een eeuwig verbond zijn,
LV 132. Dit zal ons verbond zijn: dat wij zullen wandelen naar alle verordeningen,
LV 136:4.