Door tegenspoed — beproevingen, moeilijkheden, en pijn — kan de mens, door zich tot de Heer te wenden, veel ervaringen opdoen die tot geestelijke groei en eeuwige vooruitgang voeren.
God is voor u een verlosser geweest uit al uw rampen en noden,
1 Sam. 10:19. Zij riepen tot de Heer in hun benauwdheid,
Ps. 107:6, 13, 19, 28. De Heer geeft u wel brood der benauwdheid, maar uw leraars zullen zich niet meer verbergen,
Jes. 30:20–21. Er moest wel in elk ding een tegenstelling zijn,
2 Ne. 2:11. Als zij het bittere niet hadden, konden zij het zoete niet kennen,
LV 29:39. Uw tegenspoed zal slechts van korte duur zijn,
LV 121:7–8. Dit alles zal u ondervinding geven en voor uw bestwil zijn,
LV 122:5–8. Zij proeven het bittere om het goede te kunnen waarderen,
Moz. 6:55.